De houtsingels zijn een onmisbaar bestanddeel van het cultuur-historisch erfgoed van de streek. Ze hebben grote waarde voor de natuurlijke verscheidenheid van het dieren- en plantenleven. En ze verhogen het woonplezier en scheppen kansen voor groei van de recreatie. Deze drieledige conclusie werd door vrijwel alle aanwezigen onderschreven tijdens de goedbezochte bijeenkomst van het project Levend Landschap in Lutjegast op donderdag 9 september. Hoe kan het dan dat we er met z´n allen maar niet in slagen de houtsingelstructuur voor verder verval te behoeden?   

De houtsingelstructuur in het Zuidelijk Westerkwartier (met een totale lengte van nog altijd zo´n 1100 kilometer) gaat al tientallen jaren gebukt onder verval, ondanks de hoge waardering en de talloze goedbedoelde pogingen tot behoud die in het verleden werden ondernomen. De vraag, hoe die trend kan worden gekeerd, maakte tijdens de bijeenkomst op 9 september in dorpshuis Het Kompas in Lutjegast de tongen los. De bijeenkomst was georganiseerd door het project Levend Landschap om de stand van zaken van het landschapsbeheer in de streek onder de loep te nemen.
Dezelfde vraag stond centraal stond bij de start van het project anderhalf jaar geleden. Levend Landschap kreeg als belangrijkste opdracht mee een aanpak te ontwikkelen die uitzicht biedt op structureel onderhoud en herstel van de houtsingels in het Zuidelijk Westerkwartier.

Brede aanpak
Dankzij financiële steun van het ministerie van OCSW, de provincie Groningen en de gemeenten Marum, Leek en Grootegast beschikt Levend Landschap over voldoende middelen voor het behoud van 100 kilometer houtsingel voor de komende zes jaar. Daarvan is momenteel 68 kilometer daadwerkelijk ´in beheer´ genomen, vertelt projectleider Gert-Jan Stoeten tijdens de bijeenkomst. De belangstelling onder de singeleigenaren is weliswaar nog niet overweldigend maar hij is er van overtuigd dat ook de resterende 32 kilometers binnenkort aan de man zullen zijn gebracht.
In vergelijking met eerdere herstelpogingen onderscheidt Levend Landschap zich door zijn brede op wetenschappelijke leest geschoeide aanpak. Vorig jaar onderzocht hogeschool Van Hal-Larenstein al hoe hout- en elzensingels kunnen bijdragen aan de vergroting van de biodiversiteit in het gebied (in het bijzonder ten aanzien van vogels). Belangrijk voor financiële steun aan het beheer vanuit Brussel. Deze middag is het de beurt aan studenten van de RUG om hun onderzoek naar de belevingswaarde van de hout- en enzensingels te presenteren. Hun conclusie: initiatieven om de houtsingelstructuur van de ondergang te redden kunnen rekenen op bijval van de bewoners, zowel van agrariërs als van dorpelingen. De uitkomst van het onderzoek valt bij de zaal in goede aarde, hoewel het ook de reactie ontlokt dat veel dorpelingen niet zitten te wachten op een dichtbegroeide houtsingel achter hun achtertuin die hun het zicht op het landschap ontneemt.

Referentiebeelden
Hoe een houtsingel er uit moet zien, is het hoofdthema van de tweede presentatie. Die gaat over het ´referentiebeeldenboek´ van hout- en elzensingels dat is ontwikkeld onder leiding van Landschapsbeheer Groningen. Volgens Rikus Hagenouw van Landschapsbeheer Groningen is een gezonde singel opgebouwd uit drie lagen: bomen, heesters en struiken. Zo´n gesloten singel sluit aan bij het historische beeld en versterkt bovendien de beoogde biodiversiteit, betoogt hij.
Het beeld van de optimale singel roept de nodige reacties op, over (verminderde) doorkijk, schaduwwerking en ruimtebeslag. Vooral de boeren in de streek zullen er niet blij mee zijn, wordt voorspeld. Helaas zijn er maar vier praktiserende boeren met houtsingels aanwezig om het standpunt van de agrarische sector te verwoorden.
Als het over houtsingels gaat, heeft iedereen zijn eigen streefbeeld, concludeert gespreksleider Alex Datema. Hij bezweert de zaal dat de referentiebeelden geen dictaat zijn dat aan de streek wordt opgelegd. Ze dienen in de eerste plaats om het gesprek op gang te brengen.
Dat sluit aan bij de roep om betere communicatie die deze middag herhaaldelijk kan worden beluisterd: ga allereerst in gesprek met de singeleigenaren over hun mogelijkheden en wensen. Het referentiebeeldenboek kan daarbij een nuttige opstap zijn.

Vliegende start ANLb
In het vuur van de discussie zou men gemakkelijk vergeten dat het project Levend Landschap in het leven is geroepen om ervaring op te doen met een nieuwe vorm van landschapsbeheer met voldoende draagvlak bij de bevolking om voor langere tijd vruchten af te werpen. Een vorm die bovendien moet passen in het nieuwe agrarische natuur- en landschapsbeheer (ANLb) dat op 1 januari 2016 ingaat onder regie van de gebiedscollectieven. Zij zijn vanaf 2016 verantwoordelijk voor de uitvoering van het ANLb, waaronder ook het beheer en herstel van de houtsingelstructuur valt. Dat betekent dat het gebiedscollectief Groningen West vanaf 2016 het stokje van Levend Landschap zal overnemen.
Of Groningen West de in het project verworven inzichten kan benutten voor een vliegende start van het landschapsbeheer, zoals de bedoeling was, valt echter te bezien. Het collectief heeft berekend dat het met de door de provincie toegezegde gelden voor landschapsbeheer hooguit 185 kilometer singels in beheer kan nemen. Een schijntje vergeleken met de naar schatting 700 kilometer waarvan het voortbestaan wordt bedreigd.
Wanneer gedeputeerde Henk Staghouwer aan het eind van de middag in Lutjegast arriveert om het onderzoeksverslag van de RUG en het referentiebeeldenboek in ontvangst te nemen, blijft de portemonnee van  de provincie gesloten. Wel kan hij aankondigen dat de provincie en het ministerie van OCSW samen geld beschikbaar willen stellen voor een inventarisatie van het noodzakelijk onderhoud van de hout- en elzensingels in het gebied. Daar zullen het collectief Groningen West en de liefhebbers van het coulisselandschap van het Zuidelijk Westerkwartier het voorlopig mee moeten doen.

Provincie zegt geld toe voor inventarisatie van de onderhoudstoestand van de hout- en elzensingels